Tegenlicht over waterstof: dus we blijven allemaal in een veredeld bushokje wonen?

Vriend en vijand is het er over eens, dat waterstof grote mogelijkheden biedt in de energietransitie. Weliswaar verlies je veel energie als je eerst uit stroom waterstof maakt, het comprimeert en er dan weer stroom (en warmte) van maakt, maar de Sahara is groot en ligt er nogal ongebruikt bij. Duurzame energie is er in principe genoeg.

Vandaar dat Tegenlicht een documentaire maakte over de voor de hand liggende vraag: kunnen we de aardgasinfrastructuur niet gebruiken om duurzaam geproduceerd waterstofgas naar de huizen te brengen? Niets dan lof voor Tegenlicht, dat altijd een discussie op gang brengt met documentaires die focussen op de mogelijkheden. In het programma was voor de mensen die de materie goed begrijpen, ook dé opmerking te beluisteren die de spijker op zijn kop sloeg: Albert van der Molen van Stedin stelde vast dat waterstof naar huizen brengen een mogelijkheid is voor binnensteden die er uit moeten blijven zien zoals ze er uit zien, en waar de aanleg van warmtenetten niet mogelijk is. Daarmee zei hij impliciet: voor de rest van Nederland, het overgrote deel van de woningen, moet je het niet doen.

Een vaak gebruikt argument om waterstof naar woningen te distribueren is dat we straks piekaanbod hebben in duurzame stroom, meer dan er vraag is; dan kun je waterstof maken. Op een ander moment kun je piekvraag hebben, bij weinig aanbod; dan kun je waterstof gebruiken. Het opvangen van pieken en dalen kan op allerlei manieren. Zelfs bij de gestelde doelen voor zon en in wind in 2050, is het veel bezongen ‘overtollige’ aanbod van zon en wind, gering. Waterkracht uit Noorwegen, kernenergie uit België en Frankrijk en zon en wind vanaf plaatsen waar het op dat moment wel waait of zonnig is, kan de vraag- en aanbodproblemen grotendeels voorkomen. Opslag van warmte en stroom dicht bij de gebruiker en geautomatiseerde sturing van de vraag, doen de rest.

Omdat waterstof betekent dat je je huis niet hoeft te isoleren, spreekt de oplossing tot de verbeelding. Maar zoete lieve Gerritje gaat het niet betalen. Waar mensen nu gewend zijn aan een rekening tot € 200 per maand, terwijl het gezin in een nieuwbouwhuis iets verderop met enkele tientjes klaar is, wordt dat op waterstof door alle omzettingsverliezen zeker niet goedkoper. Hoera, we hoeven niet te isoleren en gaan lekker wachten op waterstof, waarna we iets als € 500 per maand gaan betalen (bij de prijzen van nu en grof geschat).

Thijs ten Brinck noemt het op de site wattisduurzaam.nl een duf idee: in een huis blijven wonen dat net zo lek is als het gemiddelde bushokje. De huizen zijn gebouwd in een tijd dat aardgas ongeveer gratis was en we geen idee hadden hoe het anders kon. Het verlies van warmte uit die woningen, opgeteld bij de kosten van twee keer de omzetting van duurzame stroom in waterstof en dan weer in bruikbare energie, is een veel minder aanlokkelijk plan dan ingrijpend isoleren en op lage temperatuur verwarming overstappen, binnen de kosten van je huidige energierekening. Je huis wordt er ook comfortabeler van en gezonder: de binnenlucht wordt gefilterd.

Ook in het concept Klimaatakkoord wordt waterstof omarmd, maar niet als oplossing voor de meeste woningen. Alleen voor de industrie die hoge temperatuur nodig heeft en woningen die moeilijk op andere manier te verduurzamen zijn, is waterstof volgens dat document rationeel; en dan moet er eerst nog een flinke prijsdaling gerealiseerd worden.

Iedereen die nu in een standaardwoning woont van voor 1990, ontkomt er in de komende tijd niet aan om ingrijpend te isoleren. De warmtevraag die dan nog overblijft, komt via een warmtenet of kan gemakkelijk elektrisch worden geoogst uit de nabije omgeving (lucht of water). Ja, daarvoor moet het elktriciteitsnet worden verzwaard; maar door inductiekoken en het opladen van elektrische auto’s is daar toch al geen ontkomen aan. Eén infrastructuur is al snel goedkoper dan twee, zelfs als je de desinvestering in het huidige gasnet meetelt.

Waterstof is een geweldige energiedrager omdat je het kunt comprimeren en transporteren – maar het idee dat het de vervanger van aardgas wordt voor de meeste huizen in Nederland, is een stuk minder geweldig. En zeker geen reden om een paar decennia niks te doen aan die veredelde bushokjes waar we nu in wonen.