Dorpsbelang dobbert stuurloos door donkere nacht

De verkiezingsoverwinning van Dorpsbelang mocht er zijn: maar liefst vijf van de dertien zetels waren voor de lokale partij. Er was fanatiek campagne gevoerd tegen alles wat de coalitie tussen 2014 en 2018 had gerealiseerd. Een succesvolle strategie, maar nu blijkt dat tégen dingen zijn maar heel tijdelijk mensen kan binden. Want Dorpsbelang kwam aan de macht, moest vaststellen dat de meeste mensen het nieuwe Huis van Eemnes een prima idee vonden, maakte een tweede zonneveld onmogelijk en was toen wel zo’n beetje klaar.

Het college bestond uit burgemeester van Benthem, van wie bekend is dat hij nadenkt over de toekomst; Sven Lankreijer van de PvdA, die gewend is aan de dadendrang van het vorige college; en twee nieuwe sterren aan het Dorpsbelang-firmament. Jan van Katwijk had een jarenlange ervaring in HR en bracht een filosofische benadering van het bestuur met zich mee; hij had alleen weinig ervaring in het politieke handwerk. Hij kwam er al snel achter dat in de fractie van Dorpsbelang de conservatieve krachten de overhand hebben en botste regelmatig met zijn eigen partij, terwijl de oppositie zijn plannen steunde. Op 28 januari maakte hij plotseling bekend dat hij opstapte. ‘Misschien ben ik toch niet zo’n Dorpsbelanger’ liet hij in de krant optekenen. Zoiets kan gebeuren en doordat de fractie totaal overvallen werd, moest het zoeken naar een opvolger nog beginnen. Geen eenvoudige klus; een landelijke partij kan altijd nog een goede kandidaat met de nodige ervaring uit een naburige gemeente plukken, maar dat is voor een lokale partij geen optie.
Tot overmaat van ramp maakte minder dan twee weken later ook Erwin van Dalen bekend dat hij de handdoek in de ring gooit. Hij kon het wethouderschap niet combineren met zijn eigen bedrijf. Van Dalen is succesvol ondernemer in verkeerskundige adviezen en -voorzieningen.
In de raad zitten best kandidaten die voor opvolging zouden kunnen zorgen, maar dat stelt de partij voor een nieuwe uitdaging: wie neemt dan de vrijgekomen zetels in? Oudgedienden Jacob Eek, Mieke Schouten en Jaap Bood zullen waarschijnlijk niet in de markt zijn, waarna Karin de Boer en Reijer Manten de eerstvolgenden zijn op de lijst van Dorpsbelang. Laatstgenoemde was de felste tegenstander van het Huis van Eemnes en had grote moeite zich neer te leggen bij de uitkomst van de enquête. Na Manten staat Bert Visser, die de komst van het Huis van Eemnes tot aan de Raad van State probeerde tegen te gaan.
Het invullen van één vacature zal waarschijnlijk nog wel lukken, twee wordt echt een stuk lastiger. Dorpsbelang zou er verstandig aan doen voor één fulltimer te kiezen. Al was het maar om de kans op nieuwe ongelukken te verkleinen.
Er wordt gegniffeld om het gedoe in Eemnes en hoe eerder er weer een functionerend college is, hoe beter. Als Dorpsbelang niet met een geloofwaardige kandidaat (of twee kandidaten) kan komen, van wie verwacht mag worden dat ze de rit uitzitten, zou de PvdA wel eens naar de andere landelijke partijen kunnen gaan kijken. Tenslotte vindt de PvdA het eeuwige vertragen en tegenhouden van Dorpsbelang ook niet altijd de beste optie. De samenwerking in het vorige college met CDA en D66 verliep uitstekend. Een coalitie van acht zetels tegen vijf in de oppositie kan tegen een stootje en er zou wat ambitie en elan terugkeren in het bestuur. Natuurlijk, die afweging is aan de PvdA; en die fractie heeft voor 2014 bewezen loyaal aan Dorpsbelang te kunnen zijn tot aan het bittere eind. Toen verloor de lokale partij halverwege wethouder Schouten; nu sneuvelen in het eerste jaar twee wethouders. Als dat een teken is dat Dorpsbelang stuurloos en onverlicht ronddoolt op een ontstuimige zee, kan het moment dat de PvdA de balans op gaat maken niet ver weg zijn.

Tegenlicht over waterstof: dus we blijven allemaal in een veredeld bushokje wonen?

Vriend en vijand is het er over eens, dat waterstof grote mogelijkheden biedt in de energietransitie. Weliswaar verlies je veel energie als je eerst uit stroom waterstof maakt, het comprimeert en er dan weer stroom (en warmte) van maakt, maar de Sahara is groot en ligt er nogal ongebruikt bij. Duurzame energie is er in principe genoeg.

Vandaar dat Tegenlicht een documentaire maakte over de voor de hand liggende vraag: kunnen we de aardgasinfrastructuur niet gebruiken om duurzaam geproduceerd waterstofgas naar de huizen te brengen? Niets dan lof voor Tegenlicht, dat altijd een discussie op gang brengt met documentaires die focussen op de mogelijkheden. In het programma was voor de mensen die de materie goed begrijpen, ook dé opmerking te beluisteren die de spijker op zijn kop sloeg: Albert van der Molen van Stedin stelde vast dat waterstof naar huizen brengen een mogelijkheid is voor binnensteden die er uit moeten blijven zien zoals ze er uit zien, en waar de aanleg van warmtenetten niet mogelijk is. Daarmee zei hij impliciet: voor de rest van Nederland, het overgrote deel van de woningen, moet je het niet doen.

Een vaak gebruikt argument om waterstof naar woningen te distribueren is dat we straks piekaanbod hebben in duurzame stroom, meer dan er vraag is; dan kun je waterstof maken. Op een ander moment kun je piekvraag hebben, bij weinig aanbod; dan kun je waterstof gebruiken. Het opvangen van pieken en dalen kan op allerlei manieren. Zelfs bij de gestelde doelen voor zon en in wind in 2050, is het veel bezongen ‘overtollige’ aanbod van zon en wind, gering. Waterkracht uit Noorwegen, kernenergie uit België en Frankrijk en zon en wind vanaf plaatsen waar het op dat moment wel waait of zonnig is, kan de vraag- en aanbodproblemen grotendeels voorkomen. Opslag van warmte en stroom dicht bij de gebruiker en geautomatiseerde sturing van de vraag, doen de rest.

Omdat waterstof betekent dat je je huis niet hoeft te isoleren, spreekt de oplossing tot de verbeelding. Maar zoete lieve Gerritje gaat het niet betalen. Waar mensen nu gewend zijn aan een rekening tot € 200 per maand, terwijl het gezin in een nieuwbouwhuis iets verderop met enkele tientjes klaar is, wordt dat op waterstof door alle omzettingsverliezen zeker niet goedkoper. Hoera, we hoeven niet te isoleren en gaan lekker wachten op waterstof, waarna we iets als € 500 per maand gaan betalen (bij de prijzen van nu en grof geschat).

Thijs ten Brinck noemt het op de site wattisduurzaam.nl een duf idee: in een huis blijven wonen dat net zo lek is als het gemiddelde bushokje. De huizen zijn gebouwd in een tijd dat aardgas ongeveer gratis was en we geen idee hadden hoe het anders kon. Het verlies van warmte uit die woningen, opgeteld bij de kosten van twee keer de omzetting van duurzame stroom in waterstof en dan weer in bruikbare energie, is een veel minder aanlokkelijk plan dan ingrijpend isoleren en op lage temperatuur verwarming overstappen, binnen de kosten van je huidige energierekening. Je huis wordt er ook comfortabeler van en gezonder: de binnenlucht wordt gefilterd.

Ook in het concept Klimaatakkoord wordt waterstof omarmd, maar niet als oplossing voor de meeste woningen. Alleen voor de industrie die hoge temperatuur nodig heeft en woningen die moeilijk op andere manier te verduurzamen zijn, is waterstof volgens dat document rationeel; en dan moet er eerst nog een flinke prijsdaling gerealiseerd worden.

Iedereen die nu in een standaardwoning woont van voor 1990, ontkomt er in de komende tijd niet aan om ingrijpend te isoleren. De warmtevraag die dan nog overblijft, komt via een warmtenet of kan gemakkelijk elektrisch worden geoogst uit de nabije omgeving (lucht of water). Ja, daarvoor moet het elktriciteitsnet worden verzwaard; maar door inductiekoken en het opladen van elektrische auto’s is daar toch al geen ontkomen aan. Eén infrastructuur is al snel goedkoper dan twee, zelfs als je de desinvestering in het huidige gasnet meetelt.

Waterstof is een geweldige energiedrager omdat je het kunt comprimeren en transporteren – maar het idee dat het de vervanger van aardgas wordt voor de meeste huizen in Nederland, is een stuk minder geweldig. En zeker geen reden om een paar decennia niks te doen aan die veredelde bushokjes waar we nu in wonen.