Kerstcadeautjes en populistische sprookjes

‘KLIMAAT KASSA’ kopt de Telegraaf zaterdag in felrode letters. Je vraagt je altijd af of ze nog groter kunnen met hun letters en ja, het is weer gelukt. ‘Waslijst groene ingrepen plundert portemonnee burger’, staat er ook nog in het grote zwarte vlak. Als je het artikeltje leest bekruipt je het gevoel alsof ChristenUnie en D66, vanaf de zijlijn opgehitst door GroenLinks, ergens op een eiland een bankrekening hebben voor al het geplunderde geld. CDA en VVD, losgeslagen van achterban, hebben de arme Telegraaf-lezer ook al in de steek gelaten.

Die checkt in januari verbaasd zijn bank app: waar komt al dat extra geld ineens vandaan? Cadeautje van de regering, die de lasten verlaagt. Het klimaatakkoord bevat geen maatregelen die de koopkracht veranderen. Wat er staat is of een verschuiving, of het is budgettair neutraal voor de overheid, of er komt een oplossing voor lagere inkomens. Dat de energietransitie een feest is voor de rijke elite, is een sprookje. Het doet het natuurlijk leuk in populistische propaganda, maar van een onderbouwing in feiten is geen sprake.

Gratis is het natuurlijk ook niet. De energietransitie kost in 2030 tussen de 2,5 en 3 miljard per jaar. Een groot getal, maar de economische groei is jaarlijks 15 miljard. Je kunt ook zeggen: wat doet Nederland met het extra verdiende geld? Twintig procent besteden we aan het toekomstvast maken van onze energieconsumptie. Van de overige tachtig procent kunnen we leuke, zinloze of verstandige andere dingen doen. Mag iedereen zelf weten, al neem je een abonnement op de Telegraaf en ga je betalen voor GeenStijl. Of je koopt een mooie edities van de sprookjes van Grimm.

Het klimaatakkoord is een typisch product van de polder. Er komt geen CO2-heffing, maar wel een boete. Het fundamentele verschil is lastig uit te leggen, maar vast staat dat een boete meer ambtelijke capaciteit vergt en de administratie van bedrijven ingewikkelder maakt. Maar het was de wens van de bedrijven, die zich vast hadden gedraaid in een categorische afwijzing van een nationale CO2-heffing. Het moet internationaal volgens hen en dat kun je alleen maar met ze eens zijn. Maar dat duurt langer en voor de tussentijd tuigen we dus nu een boetesysteem op, waar natuurlijk weer allemaal bezwaarprocedures bij moeten. In de gebouwde omgeving moeten voor 2030 anderhalf miljoen woningen van het gas af zijn gehaald. Deze kabinetsperiode is ingeruimd voor experimenten en een leerprogramma; zodat erna een opschaling plaats kan gaan vinden. Dat is wel een beetje zoals egeltjes het met elkaar doen: heel voorzichtig. In heel veel gemeenten zijn al wijkprocessen aan de gang, vaak gestart door bewoners. Zoals je het nu leest zouden die de pauzeknop moeten indrukken. Maar omdat het bottom-up bewegingen betreft, waarbij vrijwilligheid voorop staat, gaan ze dat hopelijk niet doen. Zo is er van alles aan te merken op het resultaat, maar feit is dat het er ligt. Nederland is één van de weinige landen die de juridische verplichting heeft om genoeg maatregelen te nemen; zowel de rechter vindt dat (op ultrakorte termijn moet 25% gereduceerd zijn) als de Tweede Kamer: die heeft voor de langere termijn een klimaatwet aangenomen. Of de krant van populistisch Nederland het nu leuk vindt of niet, we hangen ervoor. En we kunnen het makkelijk betalen. En het scheelt enorm veel kosten in de toekomst als we nu even de goede dingen doen. En het is asociaal om het niet te doen, naar landen met minder welvaart en toekomstige generaties. En dat wist u vast allemaal al. En fijne dagen!

Grote veranderingen in het weer goed voor draagvlak onder klimaatbeleid

Lange periodes van droogte. Lange periodes met uitzonderlijke koude. Lange periodes met zware regenval. Niet over dertig, veertig jaar, maar nu al: de langdurige koude begin van het jaar in Noord-Amerika, onze voorbije eindeloze zomer. We zijn gewend aan afwisselend en gematigd weer, maar het smelten van de Noordpoolkap heeft daar een eind aan gemaakt.

‘Prepare for the unexpected’ schreef Jennifer Francis in april in Scientific American (check https://www.scientificamerican.com/article/the-arctic-is-breaking-climate-records-altering-weather-worldwide/ ) Er is al 15% minder poolijs en in 2040 is nog maar de helft over. Smeltende toendra’s stoten nog meer CO2 en methaan uit, grote bosbranden laten roet neerslaan op het poolijs, waardoor het extra zonlicht opneemt. Volgens Francis houden deze zichzelf versterkende effecten haar en andere klimaatwetenschappers uit de slaap.

Dat het weer zo lang aanhoudt, komt door verzwakking van de polaire vortex (wervel), en veranderingen in de straalstroom hoog in de lucht. Het is heel goed mogelijk dat ook de golfstroom in de oceaan, die ons warme weer veroorzaakt, er de brui aan geeft. Dan gaan we ineens beseffen dat we op dezelfde breedtegraad leven als de eskimo’s in Alaska.

De droge zomer van 2018 leidde tot pompstations zonder diesel, omdat de binnenvaart niet meer kon laden. De drinkwatervoorziening stond onder druk; boeren mochten geen slootwater sproeien. Klimaatverandering is ineens veranderd van iets wat in de toekomst plaatsvindt, naar vervelende gevolgen in het nu. En dit is nog naar het begin.

Al dit onheilspellende nieuws zou wel eens een positief effect kunnen hebben op het draagvlak voor maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te stoppen. Milieuclubs verklaren zich tegen opslag van CO2, maar hebben ze die luxe wel? Aan de klimaattafels wordt gesteggeld over geld, maar is daar wel tijd voor? Natuurlijk kost de energietransitie geld, maar een stuk minder dan de jaarlijkse economische groei. Als we stoppen met ruziën en gewoon besluiten een deel van het extra geld wat we verdienen, te investeren in klimaatbeleid, verergeren we de zaak niet nog meer. De kosten van aanpassing aan het veranderde weer zijn vele factoren hoger dan wat de energietransitie kost.

Klimaatontkenners en populisten scoren met geruststellende fabeltjes. Dat wil een deel van de mensen natuurlijk graag horen. Maar ze hebben de feiten niet aan hun zijde en we blijven een nuchter landje met veel hoog opgeleide inwoners. De meeste mensen prikken er echt wel doorheen.

Als het voordeliger is om te stoppen met fossiele brandstof, laten we dat dan heel snel doen. En om in de tussentijd als tijdelijke maatregel CO2 op te slaan, is beter dan eindeloos op mooie principes blijven hameren en overeenstemming te blokkeren.

 

Doorbraak in opslag: ‘Sun in a box’

Gesmolten silicium, op een temperatuur van 1870 graden, opgeslagen in een tank van grafiet, zou wel eens de prijsdoorbraak kunnen zijn in de opslag van duurzaam opgewekte energie.

Onderzoekers van het Massachusetts Institute for Technology (MIT) publiceerden dit idee in Energy & Environmental Science (bron).

De goedkoopste opslag van overtollige stroom uit windmolens en zonnepanelen is tot nu toe het omhoog pompen van water, zodat bij tekorten het water naar beneden kan lopen langs turbinebladen die generatoren aandrijven. Dit kan niet overal worden ingepast, al opperde in september Jan Huynen (86) in een proefschrift dat dit ook ondergronds moet kunnen (bron).

De Amerikaanse onderzoekers claimen dat hun ‘zon in een doosje’-concept nog voordeliger is. Ze zochten een alternatief voor gesmolten zout, dat tot ruim 500 graden Celsius kan worden verhit. Hogere temperaturen betekenen dat het staal van pompen gaat corroderen. Via gesmolten metalen kwamen ze uit bij silicium, het belangrijkste element in zand en glas. Dit silicium verhitten ze tot 2400 graden Celsius. Op die temperatuur gaat silicium licht uitstralen; het gloeit witheet op. Dit licht wordt benut wordt om stroom op te wekken met PV-cellen als er een tekort is aan duurzame stroom. Bij overschotten wordt stroom benut om met hitte-elementen het silicium weer op te warmen.

De verliezen die hierbij optreden, zijn hoger dan bij batterij-opslag. Maar het systeem is bij de huidige Li-ion prijzen zes tot acht keer zo goedkoop, en als de batterijprijzen de verwachte bodem hebben bereikt, nog altijd drie keer zo goedkoop. Dat maakt de verliezen ruimschoots goed. De efficiëntie zou verder verhoogd kunnen worden als er turbines gemaakt worden die de hoge temperaturen kunnen weerstaan, zodat niet het licht in PV-cellen maar de hitte benut kan worden in generatoren. Deze turbines zijn technisch denkbaar, maar zouden investeringen van honderden miljoenen vergen. Op de korte termijn is het oogsten van de energie in het licht dus de meest haalbare route.

De tanks waarin dit silicium zit, worden gemaakt van grafiet. Dit reageert met zuurstof op zulke hoge temperaturen, maar dat proces stopt doordat er een beschermende laag wordt gevormd, ongeveer zoals aluminium nooit verder roest dan een oppervlakkig laagje. De onderzoekers testten dit in een miniatuur proefopstelling.

Tegen Techxplore.com vertelt Asegun Henry, een van de onderzoekers, dat er nog een probleem moest worden overwonnen: het bouwen van een tank die groot genoeg is om hitteverlies te voorkomen (ca. 10 meter doorsnede). Dit vereist dat verschillende delen grafiet aan elkaar moeten worden gehecht. Dat lukte met grafoil, flexibel grafiet dat bij hoge temperaturen gaat werken als lijm.

Een stad van 100.000 inwoners kan met een zo’n systeem geheel op duurzame energie draaien, claimen de onderzoekers. De prijs van opwek en opslag samen zou spoedig concurrerend kunnen zijn met fossiele energieproductie. Speciale eisen aan het landschap worden niet gesteld. In de Nederlandse situatie ligt het voor de hand om na te gaan of dezelfde installatie in de winter ook kan worden ingezet als bron voor warmtedistributie. De ‘koude’ tank, met het silicium dat verder wordt opgewarmd zodra er zon- of windenergie over is, is nog altijd 1900 graden Celsius.