There’s no such thing as a free energietransitie

In het Financiële Dagblad van 6 augustus slaan drie grote netwerkbedrijven alarm: Na 2030 staan ze voor investeringen die met de huidige tariefstructuur niet op te hoesten zijn. Verstandig genoeg beginnen ze nu al een discussie over de transporttarieven; ze weten dat het in de politiek soms lang kan duren voordat onvermijdelijke conclusies hardop getrokken worden.

Energietransitie kost geld, maar we kunnen het betalen
In de hele discussie over de kosten van de energietransitie staat een olifant in de kamer en om het animo niet teveel te temperen wordt deze te vaak genegeerd: de energietransitie kost de huishoudens geld. Het goede nieuws is dat die extra kosten ruim vallen binnen de verwachte groei van de welvaart. Met andere woorden, mochten we de vraag hebben ‘wat zullen we eens doen met het extra geld dat we gaan verdienen?’, is het antwoord: we gebruiken een deel om kolen te vervangen door wind en zon en het gasnet in te ruilen voor een verzwaard elektriciteitsnetwerk.

Het is goed om daar duidelijk over te zijn. Alleen al voor het netwerk gaat het om tientallen miljarden, dus duizenden euro’s per woning. Dat komt bovenop de investeringen die nodig zijn om bestaande woningen geschikt te maken voor de nieuwe infrastructuur. Daarbij gaat het al snel over tienduizenden euro’s. Toch klinkt dat allemaal ernstiger dan het is; zelfs een halve ton voor een huis is, tegen een lage rente gefinancierd, op te hoesten binnen het bedrag van de huidige gemiddelde energierekening.

Overheid moet de betaalbaarheid van de transitie voor iedereen waarborgen
Die energierekening bestaat voor een groot deel uit belasting en netwerkkosten. De kale stroomprijs is maar een cent of vier per kilowatt uur, terwijl de optelsom doorloopt naar twintig. Dat betekent dat de overheid een grote verantwoordelijkheid heeft om de betaalbaarheid van de transitie voor alle inkomensgroepen te waarborgen. Het belastingstelsel is in Nederland progressief ingericht; de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Echter, energiebelasting en gemeentelijke heffingen zijn voor iedereen hetzelfde.

Het Klimaatakkoord geeft tot nu toe alleen duidelijkheid over dat gas duurder wordt en stroom goedkoper. Maar hoe voorkomen we dat alleen huishoudens met financiële mogelijkheden om te renoveren, profiteren van deze ‘schuif’? Hoe voorkomen we dat netbeheerders verouderde gasnetten moeten blijven onderhouden, waardoor de kosten onnodig oplopen, terwijl de kapitaallasten voor de netverzwaring daar nog bijkomen? Over deze onderwerpen wordt veel te weinig gesproken, uit angst bewoners kopschuw te maken.

Tijd voor een goed gesprek
De inkomensplaatjes en de energietransitie; het wordt hoog tijd dat daarover een volwassen gesprek gevoerd wordt. Ja, het kost geld; ja, we kunnen dat betalen; en nee, het mag geen feestje voor tweeverdieners worden. Want dat betekent dat de consument die niet kan lenen, op duur gas blijft zitten en steeds hogere netwerktarieven voor zijn of haar kiezen krijgt.

Erik Wiebes gaat over het klimaat en weet vanuit zijn vorige baan alles over belastingen. Als hij in de komende maanden met een duidelijk verhaal komt over hoe we de energietransitie betalen, wordt voorkomen dat er een donkere wolk blijft hangen boven de mensen die het aangaat: de inwoners in al die wijken die de komende jaren van het gas af gaan. Het alternatief is dat de discussie wordt gekaapt door klimaatontkenners en politici die graag op angst inspelen.