Dorpsbelang dobbert stuurloos door donkere nacht

De verkiezingsoverwinning van Dorpsbelang mocht er zijn: maar liefst vijf van de dertien zetels waren voor de lokale partij. Er was fanatiek campagne gevoerd tegen alles wat de coalitie tussen 2014 en 2018 had gerealiseerd. Een succesvolle strategie, maar nu blijkt dat tégen dingen zijn maar heel tijdelijk mensen kan binden. Want Dorpsbelang kwam aan de macht, moest vaststellen dat de meeste mensen het nieuwe Huis van Eemnes een prima idee vonden, maakte een tweede zonneveld onmogelijk en was toen wel zo’n beetje klaar.

Het college bestond uit burgemeester van Benthem, van wie bekend is dat hij nadenkt over de toekomst; Sven Lankreijer van de PvdA, die gewend is aan de dadendrang van het vorige college; en twee nieuwe sterren aan het Dorpsbelang-firmament. Jan van Katwijk had een jarenlange ervaring in HR en bracht een filosofische benadering van het bestuur met zich mee; hij had alleen weinig ervaring in het politieke handwerk. Hij kwam er al snel achter dat in de fractie van Dorpsbelang de conservatieve krachten de overhand hebben en botste regelmatig met zijn eigen partij, terwijl de oppositie zijn plannen steunde. Op 28 januari maakte hij plotseling bekend dat hij opstapte. ‘Misschien ben ik toch niet zo’n Dorpsbelanger’ liet hij in de krant optekenen. Zoiets kan gebeuren en doordat de fractie totaal overvallen werd, moest het zoeken naar een opvolger nog beginnen. Geen eenvoudige klus; een landelijke partij kan altijd nog een goede kandidaat met de nodige ervaring uit een naburige gemeente plukken, maar dat is voor een lokale partij geen optie.
Tot overmaat van ramp maakte minder dan twee weken later ook Erwin van Dalen bekend dat hij de handdoek in de ring gooit. Hij kon het wethouderschap niet combineren met zijn eigen bedrijf. Van Dalen is succesvol ondernemer in verkeerskundige adviezen en -voorzieningen.
In de raad zitten best kandidaten die voor opvolging zouden kunnen zorgen, maar dat stelt de partij voor een nieuwe uitdaging: wie neemt dan de vrijgekomen zetels in? Oudgedienden Jacob Eek, Mieke Schouten en Jaap Bood zullen waarschijnlijk niet in de markt zijn, waarna Karin de Boer en Reijer Manten de eerstvolgenden zijn op de lijst van Dorpsbelang. Laatstgenoemde was de felste tegenstander van het Huis van Eemnes en had grote moeite zich neer te leggen bij de uitkomst van de enquête. Na Manten staat Bert Visser, die de komst van het Huis van Eemnes tot aan de Raad van State probeerde tegen te gaan.
Het invullen van één vacature zal waarschijnlijk nog wel lukken, twee wordt echt een stuk lastiger. Dorpsbelang zou er verstandig aan doen voor één fulltimer te kiezen. Al was het maar om de kans op nieuwe ongelukken te verkleinen.
Er wordt gegniffeld om het gedoe in Eemnes en hoe eerder er weer een functionerend college is, hoe beter. Als Dorpsbelang niet met een geloofwaardige kandidaat (of twee kandidaten) kan komen, van wie verwacht mag worden dat ze de rit uitzitten, zou de PvdA wel eens naar de andere landelijke partijen kunnen gaan kijken. Tenslotte vindt de PvdA het eeuwige vertragen en tegenhouden van Dorpsbelang ook niet altijd de beste optie. De samenwerking in het vorige college met CDA en D66 verliep uitstekend. Een coalitie van acht zetels tegen vijf in de oppositie kan tegen een stootje en er zou wat ambitie en elan terugkeren in het bestuur. Natuurlijk, die afweging is aan de PvdA; en die fractie heeft voor 2014 bewezen loyaal aan Dorpsbelang te kunnen zijn tot aan het bittere eind. Toen verloor de lokale partij halverwege wethouder Schouten; nu sneuvelen in het eerste jaar twee wethouders. Als dat een teken is dat Dorpsbelang stuurloos en onverlicht ronddoolt op een ontstuimige zee, kan het moment dat de PvdA de balans op gaat maken niet ver weg zijn.

Tegenlicht over waterstof: dus we blijven allemaal in een veredeld bushokje wonen?

Vriend en vijand is het er over eens, dat waterstof grote mogelijkheden biedt in de energietransitie. Weliswaar verlies je veel energie als je eerst uit stroom waterstof maakt, het comprimeert en er dan weer stroom (en warmte) van maakt, maar de Sahara is groot en ligt er nogal ongebruikt bij. Duurzame energie is er in principe genoeg.

Vandaar dat Tegenlicht een documentaire maakte over de voor de hand liggende vraag: kunnen we de aardgasinfrastructuur niet gebruiken om duurzaam geproduceerd waterstofgas naar de huizen te brengen? Niets dan lof voor Tegenlicht, dat altijd een discussie op gang brengt met documentaires die focussen op de mogelijkheden. In het programma was voor de mensen die de materie goed begrijpen, ook dé opmerking te beluisteren die de spijker op zijn kop sloeg: Albert van der Molen van Stedin stelde vast dat waterstof naar huizen brengen een mogelijkheid is voor binnensteden die er uit moeten blijven zien zoals ze er uit zien, en waar de aanleg van warmtenetten niet mogelijk is. Daarmee zei hij impliciet: voor de rest van Nederland, het overgrote deel van de woningen, moet je het niet doen.

Een vaak gebruikt argument om waterstof naar woningen te distribueren is dat we straks piekaanbod hebben in duurzame stroom, meer dan er vraag is; dan kun je waterstof maken. Op een ander moment kun je piekvraag hebben, bij weinig aanbod; dan kun je waterstof gebruiken. Het opvangen van pieken en dalen kan op allerlei manieren. Zelfs bij de gestelde doelen voor zon en in wind in 2050, is het veel bezongen ‘overtollige’ aanbod van zon en wind, gering. Waterkracht uit Noorwegen, kernenergie uit België en Frankrijk en zon en wind vanaf plaatsen waar het op dat moment wel waait of zonnig is, kan de vraag- en aanbodproblemen grotendeels voorkomen. Opslag van warmte en stroom dicht bij de gebruiker en geautomatiseerde sturing van de vraag, doen de rest.

Omdat waterstof betekent dat je je huis niet hoeft te isoleren, spreekt de oplossing tot de verbeelding. Maar zoete lieve Gerritje gaat het niet betalen. Waar mensen nu gewend zijn aan een rekening tot € 200 per maand, terwijl het gezin in een nieuwbouwhuis iets verderop met enkele tientjes klaar is, wordt dat op waterstof door alle omzettingsverliezen zeker niet goedkoper. Hoera, we hoeven niet te isoleren en gaan lekker wachten op waterstof, waarna we iets als € 500 per maand gaan betalen (bij de prijzen van nu en grof geschat).

Thijs ten Brinck noemt het op de site wattisduurzaam.nl een duf idee: in een huis blijven wonen dat net zo lek is als het gemiddelde bushokje. De huizen zijn gebouwd in een tijd dat aardgas ongeveer gratis was en we geen idee hadden hoe het anders kon. Het verlies van warmte uit die woningen, opgeteld bij de kosten van twee keer de omzetting van duurzame stroom in waterstof en dan weer in bruikbare energie, is een veel minder aanlokkelijk plan dan ingrijpend isoleren en op lage temperatuur verwarming overstappen, binnen de kosten van je huidige energierekening. Je huis wordt er ook comfortabeler van en gezonder: de binnenlucht wordt gefilterd.

Ook in het concept Klimaatakkoord wordt waterstof omarmd, maar niet als oplossing voor de meeste woningen. Alleen voor de industrie die hoge temperatuur nodig heeft en woningen die moeilijk op andere manier te verduurzamen zijn, is waterstof volgens dat document rationeel; en dan moet er eerst nog een flinke prijsdaling gerealiseerd worden.

Iedereen die nu in een standaardwoning woont van voor 1990, ontkomt er in de komende tijd niet aan om ingrijpend te isoleren. De warmtevraag die dan nog overblijft, komt via een warmtenet of kan gemakkelijk elektrisch worden geoogst uit de nabije omgeving (lucht of water). Ja, daarvoor moet het elktriciteitsnet worden verzwaard; maar door inductiekoken en het opladen van elektrische auto’s is daar toch al geen ontkomen aan. Eén infrastructuur is al snel goedkoper dan twee, zelfs als je de desinvestering in het huidige gasnet meetelt.

Waterstof is een geweldige energiedrager omdat je het kunt comprimeren en transporteren – maar het idee dat het de vervanger van aardgas wordt voor de meeste huizen in Nederland, is een stuk minder geweldig. En zeker geen reden om een paar decennia niks te doen aan die veredelde bushokjes waar we nu in wonen.

Kerstcadeautjes en populistische sprookjes

‘KLIMAAT KASSA’ kopt de Telegraaf zaterdag in felrode letters. Je vraagt je altijd af of ze nog groter kunnen met hun letters en ja, het is weer gelukt. ‘Waslijst groene ingrepen plundert portemonnee burger’, staat er ook nog in het grote zwarte vlak. Als je het artikeltje leest bekruipt je het gevoel alsof ChristenUnie en D66, vanaf de zijlijn opgehitst door GroenLinks, ergens op een eiland een bankrekening hebben voor al het geplunderde geld. CDA en VVD, losgeslagen van achterban, hebben de arme Telegraaf-lezer ook al in de steek gelaten.

Die checkt in januari verbaasd zijn bank app: waar komt al dat extra geld ineens vandaan? Cadeautje van de regering, die de lasten verlaagt. Het klimaatakkoord bevat geen maatregelen die de koopkracht veranderen. Wat er staat is of een verschuiving, of het is budgettair neutraal voor de overheid, of er komt een oplossing voor lagere inkomens. Dat de energietransitie een feest is voor de rijke elite, is een sprookje. Het doet het natuurlijk leuk in populistische propaganda, maar van een onderbouwing in feiten is geen sprake.

Gratis is het natuurlijk ook niet. De energietransitie kost in 2030 tussen de 2,5 en 3 miljard per jaar. Een groot getal, maar de economische groei is jaarlijks 15 miljard. Je kunt ook zeggen: wat doet Nederland met het extra verdiende geld? Twintig procent besteden we aan het toekomstvast maken van onze energieconsumptie. Van de overige tachtig procent kunnen we leuke, zinloze of verstandige andere dingen doen. Mag iedereen zelf weten, al neem je een abonnement op de Telegraaf en ga je betalen voor GeenStijl. Of je koopt een mooie edities van de sprookjes van Grimm.

Het klimaatakkoord is een typisch product van de polder. Er komt geen CO2-heffing, maar wel een boete. Het fundamentele verschil is lastig uit te leggen, maar vast staat dat een boete meer ambtelijke capaciteit vergt en de administratie van bedrijven ingewikkelder maakt. Maar het was de wens van de bedrijven, die zich vast hadden gedraaid in een categorische afwijzing van een nationale CO2-heffing. Het moet internationaal volgens hen en dat kun je alleen maar met ze eens zijn. Maar dat duurt langer en voor de tussentijd tuigen we dus nu een boetesysteem op, waar natuurlijk weer allemaal bezwaarprocedures bij moeten. In de gebouwde omgeving moeten voor 2030 anderhalf miljoen woningen van het gas af zijn gehaald. Deze kabinetsperiode is ingeruimd voor experimenten en een leerprogramma; zodat erna een opschaling plaats kan gaan vinden. Dat is wel een beetje zoals egeltjes het met elkaar doen: heel voorzichtig. In heel veel gemeenten zijn al wijkprocessen aan de gang, vaak gestart door bewoners. Zoals je het nu leest zouden die de pauzeknop moeten indrukken. Maar omdat het bottom-up bewegingen betreft, waarbij vrijwilligheid voorop staat, gaan ze dat hopelijk niet doen. Zo is er van alles aan te merken op het resultaat, maar feit is dat het er ligt. Nederland is één van de weinige landen die de juridische verplichting heeft om genoeg maatregelen te nemen; zowel de rechter vindt dat (op ultrakorte termijn moet 25% gereduceerd zijn) als de Tweede Kamer: die heeft voor de langere termijn een klimaatwet aangenomen. Of de krant van populistisch Nederland het nu leuk vindt of niet, we hangen ervoor. En we kunnen het makkelijk betalen. En het scheelt enorm veel kosten in de toekomst als we nu even de goede dingen doen. En het is asociaal om het niet te doen, naar landen met minder welvaart en toekomstige generaties. En dat wist u vast allemaal al. En fijne dagen!

Grote veranderingen in het weer goed voor draagvlak onder klimaatbeleid

Lange periodes van droogte. Lange periodes met uitzonderlijke koude. Lange periodes met zware regenval. Niet over dertig, veertig jaar, maar nu al: de langdurige koude begin van het jaar in Noord-Amerika, onze voorbije eindeloze zomer. We zijn gewend aan afwisselend en gematigd weer, maar het smelten van de Noordpoolkap heeft daar een eind aan gemaakt.

‘Prepare for the unexpected’ schreef Jennifer Francis in april in Scientific American (check https://www.scientificamerican.com/article/the-arctic-is-breaking-climate-records-altering-weather-worldwide/ ) Er is al 15% minder poolijs en in 2040 is nog maar de helft over. Smeltende toendra’s stoten nog meer CO2 en methaan uit, grote bosbranden laten roet neerslaan op het poolijs, waardoor het extra zonlicht opneemt. Volgens Francis houden deze zichzelf versterkende effecten haar en andere klimaatwetenschappers uit de slaap.

Dat het weer zo lang aanhoudt, komt door verzwakking van de polaire vortex (wervel), en veranderingen in de straalstroom hoog in de lucht. Het is heel goed mogelijk dat ook de golfstroom in de oceaan, die ons warme weer veroorzaakt, er de brui aan geeft. Dan gaan we ineens beseffen dat we op dezelfde breedtegraad leven als de eskimo’s in Alaska.

De droge zomer van 2018 leidde tot pompstations zonder diesel, omdat de binnenvaart niet meer kon laden. De drinkwatervoorziening stond onder druk; boeren mochten geen slootwater sproeien. Klimaatverandering is ineens veranderd van iets wat in de toekomst plaatsvindt, naar vervelende gevolgen in het nu. En dit is nog naar het begin.

Al dit onheilspellende nieuws zou wel eens een positief effect kunnen hebben op het draagvlak voor maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te stoppen. Milieuclubs verklaren zich tegen opslag van CO2, maar hebben ze die luxe wel? Aan de klimaattafels wordt gesteggeld over geld, maar is daar wel tijd voor? Natuurlijk kost de energietransitie geld, maar een stuk minder dan de jaarlijkse economische groei. Als we stoppen met ruziën en gewoon besluiten een deel van het extra geld wat we verdienen, te investeren in klimaatbeleid, verergeren we de zaak niet nog meer. De kosten van aanpassing aan het veranderde weer zijn vele factoren hoger dan wat de energietransitie kost.

Klimaatontkenners en populisten scoren met geruststellende fabeltjes. Dat wil een deel van de mensen natuurlijk graag horen. Maar ze hebben de feiten niet aan hun zijde en we blijven een nuchter landje met veel hoog opgeleide inwoners. De meeste mensen prikken er echt wel doorheen.

Als het voordeliger is om te stoppen met fossiele brandstof, laten we dat dan heel snel doen. En om in de tussentijd als tijdelijke maatregel CO2 op te slaan, is beter dan eindeloos op mooie principes blijven hameren en overeenstemming te blokkeren.

 

Doorbraak in opslag: ‘Sun in a box’

Gesmolten silicium, op een temperatuur van 1870 graden, opgeslagen in een tank van grafiet, zou wel eens de prijsdoorbraak kunnen zijn in de opslag van duurzaam opgewekte energie.

Onderzoekers van het Massachusetts Institute for Technology (MIT) publiceerden dit idee in Energy & Environmental Science (bron).

De goedkoopste opslag van overtollige stroom uit windmolens en zonnepanelen is tot nu toe het omhoog pompen van water, zodat bij tekorten het water naar beneden kan lopen langs turbinebladen die generatoren aandrijven. Dit kan niet overal worden ingepast, al opperde in september Jan Huynen (86) in een proefschrift dat dit ook ondergronds moet kunnen (bron).

De Amerikaanse onderzoekers claimen dat hun ‘zon in een doosje’-concept nog voordeliger is. Ze zochten een alternatief voor gesmolten zout, dat tot ruim 500 graden Celsius kan worden verhit. Hogere temperaturen betekenen dat het staal van pompen gaat corroderen. Via gesmolten metalen kwamen ze uit bij silicium, het belangrijkste element in zand en glas. Dit silicium verhitten ze tot 2400 graden Celsius. Op die temperatuur gaat silicium licht uitstralen; het gloeit witheet op. Dit licht wordt benut wordt om stroom op te wekken met PV-cellen als er een tekort is aan duurzame stroom. Bij overschotten wordt stroom benut om met hitte-elementen het silicium weer op te warmen.

De verliezen die hierbij optreden, zijn hoger dan bij batterij-opslag. Maar het systeem is bij de huidige Li-ion prijzen zes tot acht keer zo goedkoop, en als de batterijprijzen de verwachte bodem hebben bereikt, nog altijd drie keer zo goedkoop. Dat maakt de verliezen ruimschoots goed. De efficiëntie zou verder verhoogd kunnen worden als er turbines gemaakt worden die de hoge temperaturen kunnen weerstaan, zodat niet het licht in PV-cellen maar de hitte benut kan worden in generatoren. Deze turbines zijn technisch denkbaar, maar zouden investeringen van honderden miljoenen vergen. Op de korte termijn is het oogsten van de energie in het licht dus de meest haalbare route.

De tanks waarin dit silicium zit, worden gemaakt van grafiet. Dit reageert met zuurstof op zulke hoge temperaturen, maar dat proces stopt doordat er een beschermende laag wordt gevormd, ongeveer zoals aluminium nooit verder roest dan een oppervlakkig laagje. De onderzoekers testten dit in een miniatuur proefopstelling.

Tegen Techxplore.com vertelt Asegun Henry, een van de onderzoekers, dat er nog een probleem moest worden overwonnen: het bouwen van een tank die groot genoeg is om hitteverlies te voorkomen (ca. 10 meter doorsnede). Dit vereist dat verschillende delen grafiet aan elkaar moeten worden gehecht. Dat lukte met grafoil, flexibel grafiet dat bij hoge temperaturen gaat werken als lijm.

Een stad van 100.000 inwoners kan met een zo’n systeem geheel op duurzame energie draaien, claimen de onderzoekers. De prijs van opwek en opslag samen zou spoedig concurrerend kunnen zijn met fossiele energieproductie. Speciale eisen aan het landschap worden niet gesteld. In de Nederlandse situatie ligt het voor de hand om na te gaan of dezelfde installatie in de winter ook kan worden ingezet als bron voor warmtedistributie. De ‘koude’ tank, met het silicium dat verder wordt opgewarmd zodra er zon- of windenergie over is, is nog altijd 1900 graden Celsius.

De band aan boord van de Titanic

Twee alarmerende rapporten over het klimaat in één week. Het Amerikaanse congres liet onderzoek doen en een lijvig rapport stelde vast dat de aarde aan het einde van de eeuw gemiddeld vijf graden is opgewarmd. De Verenigde Naties rapporteert dat het gat tussen de gezamenlijke inspanningen van landen, en wat er nodig is om de doelen van Parijs te halen, toeneemt. Als die trend doorzet, warmt de aarde tussen de 3 en de 4 graden Celsius op.

In Vrij Nederland legt klimaatjournalist Bernice Notenboom uit dat dit de warme golfstroom waar we ons gematigde klimaat aan te danken hebben, uitschakelt. Nu al is het ijs op de Noordpool de helft van wat het was. Die halvering (een gebied zo groot als Europa veranderde  van ijs in water) hebben we te danken aan 1 graad stijging; hoeveel ijs blijft er over bij 2, 3 4 of 5 graden? Het noordpoolijs is cruciaal voor de straalstroom in de atmosfeer, die er voor zorgt dat het in Europa af en toe regent in de zomer; maar ook voor de warme golfstroom in de Oceaan. Dat die er mee ophoudt zal ons ineens duidelijk maken hoe het is om op de 52e breedtegraad te wonen: best koud. Het is tenslotte even noordelijk als Siberië en Alaska.

Het klimaatakkoord in Nederland moet daarom tot concrete afspraken en maatregelen leiden. Als het in Nederland kan, heeft dat een inspirerende en verplichtende werking op andere landen. We verdienen er genoeg voor: de kosten van de gehele energietransitie passen ruimschoots in de jaarlijkse economische groei. Technisch is er geen enkele belemmering en voorop lopen heeft op termijn altijd goede gevolgen voor de economie.

Gesteggel over wie het bonnetje op moet rapen, waar de industrie en de schatkistbewaarder aan de klimaattafel tot nu toe nog niet uitkomen, moet nu echt wel over zijn; het begint te lijken op de doorspelende band op de Titanic. Dat schip verdween naar de bodem door een ijsschots; een grote ramp maar vergeleken bij het verdwijnen van de ijsschotsen uit de poolzeeën, een minuscuul detail.

Fusieplannen Gooi nu ook officieel van de baan

Vandaag, 21 november 2018, vijf jaar nadat de provincie Noord-Holland startte met de pogingen om een einde te maken aan de zelfstandigheid van goed werkende gemeenten in het Gooi, wordt de arhi-procedure officieel gestaakt. Het was al heel lang een kansloze missie. Vooral de keuze om tot drie gemeenten te komen was een foute afslag. Het argument daarvoor was dat een grote Gooi-gemeente een brug te ver was; maar op de drie gemeenten-oplossing zat geen enkel Goois dorp te wachten. Met nauwelijks verholen weerzin laat Noord-Holland nu weten dat ze gerekend hadden op meer macht in de nieuwe beleidsregels van de minister van BZK, Kajsa Ollongren. Die verwachting kende ik en het was voor mij reden om vorige maand het landelijke congres van D66 te vragen om uit te spreken dat draagvlak wel voldoende geborgd moest zijn. Dat lukte (bijna unaniem) maar achteraf was het overbodig, want draagvlak is met het concept-beleidskader wat nu bij de VNG en de provincies ligt, meer dan uitstekend gewaarborgd.

Op dit soort momenten kun je zien dat de democratie, waar vaak op wordt gemopperd, vaak ook gewoon werkt. Minister Ollongren heeft het signaal van de kiezer, die bij de laatste verkiezingen massaal koos voor partijen die tegen fuseren waren, goed opgepikt. Het benadrukken van draagvlak past overigens bij haar visie; eerder stuurde ze de provincie Limburg al terug naar de tekentafel, nadat die Landgraaf bij Heerlen wilde vegen. Ook die fusie is definitief van de baan. Het rijk pompt 43 miljoen in regionale samenwerking tussen de Parkstad regiogemeenten, die gewoon zelfstandig kunnen doorfunctioneren.

Nu is wel het moment gekomen om grondig te kijken hoe Gooise gemeenten nog beter (en transparanter) kunnen gaan samenwerken. Ambitie genoeg: het Gooi wil de eerste klimaatneutrale regio van Nederland worden. En nieuwe uitdagingen liggen er ook, zoals de nieuwe omgevingswet die de planologie van gemeenten op de kop zet. Onlangs opperde prof. mr. dr. Douwe Jan Elzinga (ik verzamel zelf badeendjes maar voor hem waren academische titels blijkbaar de beste optie) in het blad Binnenlands bestuur een interessante gedachte: probeer de federatie van gemeenten als vorm om intensief samen te werken. Misschien dat de colleges en gemeenteraden in de Gooise gemeenten daarover binnenkort van gedachten kunnen wisselen?

Nee bedankt

Het zou best gezellig zijn: gezellig allemaal met rode zonnetjes op een gele button verzamelen in Dodewaard, net als heel vroeger demonstreren tegen de VVD met zijn kernenergie. Maar het gaat niet door: er is geen bedrijf dat een kerncentrale wil bouwen. Dat blijft zo, of de overheid moet zeggen: fijn exploitant, we betalen je een kale stroomprijs van pakweg 9 cent per kilowattuur. Dat is ruim dubbel zoveel als betaald wordt voor windmolens op land en ook flink duurder dan wind op zee. Vergeleken met een zonneveld, waarvan er deze maand weer een in gebruik wordt genomen in Eemnes, is een kerncentrale anderhalf keer duurder.

Misschien wil Klaas Dijkhoff eigenlijk zeggen: het lukt je toch niet, dat overschakelen op hernieuwbare energiebronnen. Geef het nou maar op. Maar dan heel ingewikkeld geformuleerd. Het is toch altijd leuk om de linkse deugmensen op de kast te krijgen? En z’n achterban rekent toch niks na. Die willen gewoon lekker stoken en gas geven en met rust gelaten worden. Elke verandering levert weerstand op en daar kun je electoraal best wat mee.

Maar ho. Stop. Intussen is de energietransitie een positieve businesscase. Als Nederland zijn bijdrage levert aan de klimaatdoelen en laat zien hoe dit kan, kunnen andere landen niet stil blijven zitten. Dat gaat altijd zo, zeker als de oplossingen die we kiezen toekomstvaster zijn. Zo heeft China de bouw van 104 kolencentrales doorgestreept, om in plaats daarvan 72 miljard te investeren in klimaatneutrale energievoorziening. Per jaar! Als op die manier wij en al die andere landen aan de gang gaan, en dat proces is natuurlijk allang begonnen, vermijden we veel maatschappelijke kosten. Ook in Nederland. Mensen kunnen blijven wonen waar ze wonen. Je kunt in West-Nederland erg bezorgd zijn over de noodzakelijke investering in je huis (waar je niet meer voor hoeft te betalen dan je huidige energierekening); maar wat als je het vergelijkt met een massale gedwongen verhuizing naar de Utrechtse Heuvelrug? Kijk nu al naar de acceptgiro van de waterschappen en het rioolrecht wat je aan de gemeente betaalt. De maatschappelijke kosten van niets doen zijn veel hoger dan de overschakeling op een nieuwe, toekomstvaste infrastructuur. Met de energietransitie bespaar je verschrikkelijk veel geld.

Je kunt denken: andere landen reduceren wel, want het klimaat is overal. Zo hebben landen elkaar een tijd aan zitten kijken, tot ze allemaal tegelijk naar voren stapten en zeiden: laten we wat afspreken. Dat gebeurde in Parijs. Het gezamenlijke doel is de opwarming te beperken tot maximaal 2 graden; als we dat halen zijn de gevolgen al groot, voor portemonnee en ecosystemen. Het is echt niet teveel gevraagd. Het kan ook makkelijk: het kost geld maar die kosten zijn maar een deel van de economische groei. Ik spreek veel jonge mensen die niet begrijpen dat hier überhaupt nog discussie over is. Rechtse politici vertellen eigenlijk een oude mannen-verhaal: wij hoeven hier lekker niks te veranderen want Nederland is maar een klein landje. Zo denken jongeren niet. Die denken logisch na en willen hun leven inrichten op een manier die herhaalbaar is.

Klaas Dijkhoff keek naar Arjan Lübach en dacht: daar kan ik wel wat mee. Hij nam niet de moeite om op te zoeken dat schildkierkanker door straling jaren op zich laat wachten en in Fukushima waarschijnlijk 5.000 mensen gaat treffen. Hij hield het simpel: er was maar één dode en het afval van een Nederlandse centrale paste in een verhuisdoos. Het gaat er helemaal niet om hoe groot het afval is. Het gaat erom hoe lang het duurt voor het niet meer gevaarlijk is. Maar goed. De VVD heeft zijn achterban bediend, dat is fijn voor ze. Kan logisch denkend Nederland nu weer door met het overschakelen op zon en wind, want hoeveel energiebedrijven ook gebeld werden over Dijkhoffs kerncentrale, ze zeiden allemaal: nee bedankt.

Klimaatakkoord: de politiek is nu aan zet

Het Planbureau voor de Leefomgeving kon de resultaten aan de klimaattafels niet goed doorrekenen, omdat de plannen nog te vaag zijn. Wel zijn de bereikte akkoorden goed genoeg om vast te stellen dat de ambitieuze doelen uit het regeerakkoord in technische zin haalbaar zijn. Voor een deel moet er door worden onderhandeld, maar voor een ander deel zijn de delegaties aangewezen op de landelijke politiek.

Het rapport legt trefzeker vingers op een groot aantal zere plekken. Aan de industrietafel bijvoorbeeld is men het best eens geworden over wat er moet gebeuren, maar niet over de vraag of de overheid moet meebetalen. De grote bedrijven zijn bang voor verlies aan concurrentiekracht. Dat kun je als milieu-activist nog wel wegwuiven, maar de VVD zal zeer gevoelig zijn voor dit argument. En met reden: Nederland is een exportland. Dus hoeveel legt de belastingbetaler bij en mag dit ook van Brussel? Voor de antwoorden kunnen de onderhandelaars elkaar wel blijven aankijken maar het is vooral een politieke keuze.

De geplande reductie in de gebouwde omgeving halen, is vrij specifiek en concreet uitgewerkt. Terecht waarschuwt het PBL voor een heet hangijzer: als gas duurder wordt en elektriciteit goedkoper, moet voorkomen worden dat mensen die nog op gas zijn aangewezen de energierekening niet meer kunnen betalen. Her en der gaan sinds het presenteren van het klimaatakkoord stemmen op voor een energietoeslag (per rode envelop van de belastingdienst) in plaats van de wirwar aan subsidies; lagere inkomens bescherm je op die manier tegen energie-armoede. Tegelijk moet de prikkel om over te stappen naar een gasvrij huis, wel in tact blijven. Het PBL stelt verder dat de mensen die nu nog van dure techniek gebruik maken, de weg plaveien voor anderen die na prijsdaling en innovatie beter af zijn. Opnieuw komt de regering in beeld: met welke instrumenten komt den Haag huurders en huizenbezitters tegemoet?

De tafel die zich met mobiliteit bezig hield, heeft veel maatregelen opgesomd, maar geen keuze gemaakt. Dat is ook wel begrijpelijk: het beprijzen van kilometers bijvoorbeeld is effectief, maar een collectief trauma in de politiek. Het is jammer dat er geen knopen zijn doorgehakt want dat was een kans geweest om Den Haag over de hobbel heen te helpen.

De tafel over elektriciteitsproductie heeft het goed gedaan, maar had van het PBL wel verder vooruit mogen kijken. In een sector met lange termijn investeringen is een horizon die in 2050 ligt een goede keuze.

De tafel over landbouw en landgebruik heeft erg veel kansen laten liggen. Hier wreekt zich een probleem dat PBL breder heeft aangekaart: de dwarsverbanden ontbreken. Het grootschalig telen van biomassa bijvoorbeeld voor groen gas in de energiecentrales of energie, is nergens in beeld. De landbouwtafel legt de verantwoordelijkheid bij de consument: als die een stuk minder vlees en zuivel zou eten, komt het helemaal goed met de CO2-reductie. Een waarheid als een koe, maar doe dan voorstellen over het duurder maken van dierlijke voedingsmiddelen.

Anders dan de politiek had gehoopt, ligt er geen kant en klaar pakket wat de regering alleen nog maar hoeft te vertalen in maatregelen, fiscale tarieven en wetten. De vier coalitiepartijen staan voor de uitdaging pijnlijke keuzes te maken. Ze zijn het onderling niet eens, er komen verkiezingen aan en die gaan ook over de eerste kamer.

Er zijn twee hoopgevende factoren. De eerste is dat de kosten van de transitie beperkt blijven tot 3-4 miljard euro per jaar. Dat lijkt veel, maar de economische groei is een factor vier of vijf hoger. En de andere is dat de urgentie van het vraagstuk nu echt niemand meer ontgaat. Een zeespiegelstijging tot drie meter deze eeuw is waar de wetenschap nu rekening houdt. De kosten om Nederland dan niet alleen droog te houden maar ook te beschermen tegen zoute kwel uit zee, zijn astronomisch. Wegkijken is echt geen optie meer en steeds meer mensen snappen dat er drastische keuzes nodig zijn. Hopelijk inspireert dat de Haagse politiek om niet te blijven steken in partijpolitieke spelletjes.

Blaricum en Laren kiezen voor Utrecht

Blaricum en Laren willen liever bij Utrecht horen. Dat is de verrassende strekking van de motie die deze week in beide gemeenteraden wordt aangenomen. De colleges moeten de minister een brief schrijven om deze keuze duidelijk te maken.

Een signaal dat eens te meer verraadt hoeveel weerstand de provincie Noord Holland heeft weten te mobiliseren tegen de fusie met Huizen, onderdeel van de drie-gemeenten-in-het-Gooi-tussenstap die geen enkele betrokken gemeente ziet zitten.

Een wijziging van de provinciegrens is op zichzelf niet ondenkbaar, maar er zou zoveel water door de Vecht moeten voordat dit gerealiseerd kan worden, dat tegen die tijd iedereen die nog iets ziet in de herindeling in het het Gooi, vervangen, gepensioneerd of geëmigreerd is. Noord-Holland mag dan een moeizame relatie onderhouden met de eigenwijze Gooiers, zomaar afstaan zal de provincie zeker niet doen.

Interessant is wat de gemeente Wijdemeren hiermee gaat doen. Een deel van deze fusiegemeente, die nu alweer te klein wordt bevonden, was Utrechts. Die provincie gaat ontspannen om met herindelingen: zo lang kleine gemeenten hun zaken op orde hebben, blijft Utrecht verre van een top-down benadering. En zo zou het ook in Noord-Holland moeten zijn.

De fusiepoging van Haarlem wacht intussen op het nieuwe beleidskader wat op het ministerie van BZK geschreven wordt. Het is te hopen dat daarin wel opgenomen is dat de provincie wel voor draagvlak moet zorgen, alvorens herindelingsontwerpen naar Den Haag te sturen. De HBEL-fusie wordt massaal van de hand gewezen, in Huizen en in de BEL-dorpen. Peilingen en de meest recente verkiezingen maken dat duidelijk en het bestuur ziet in meerderheid de voordelen ook niet. Scheidend CdK Remkes koos echter voor een ramkoers. Berenschot werd ingehuurd maar nadat uitlekte dat de inbreng van inwoners en bedrijven geen effect zou hebben op de besluitvorming, was de verontwaardiging groot; de klus ligt nu ergens achterin de koelkast.

Steeds minder mensen zien de herindelingsplannen van Noord-Holland nog goedkomen. In maart worden nieuwe Staten gekozen, maar kort daarop kiezen zij ook een nieuwe Eerste Kamer en de peilingen wijzen niet op een riante meerderheid voor de vier-partijencoalitie. Laren en Blaricum verzetten zich met politieke middelen én proberen de mysterieuze besluitvorming in het provinciehuis langs juridische weg in de openbaarheid te krijgen. Hilversum ziet ook al niets in een tussenstap.

Nabij bestuur in je eigen dorp, passend bij de cultuur en identiteit, wordt door de inwoners op prijs gesteld. Als Binnenlandse Zaken straks met een beleidskader komt waarin draagvlak voldoende aandacht krijgt, moet Haarlem de HBEL-fusie eindelijk eens uit het hoofd zetten. Begin oktober komt mijn partij bij elkaar op een landelijk congres; ik zal daar ook aandacht vragen voor het belang van draagvlak in het nieuwe beleidskader.