Doorbraak in opslag: ‘Sun in a box’

Gesmolten silicium, op een temperatuur van 1870 graden, opgeslagen in een tank van grafiet, zou wel eens de prijsdoorbraak kunnen zijn in de opslag van duurzaam opgewekte energie.

Onderzoekers van het Massachusetts Institute for Technology (MIT) publiceerden dit idee in Energy & Environmental Science (bron).

De goedkoopste opslag van overtollige stroom uit windmolens en zonnepanelen is tot nu toe het omhoog pompen van water, zodat bij tekorten het water naar beneden kan lopen langs turbinebladen die generatoren aandrijven. Dit kan niet overal worden ingepast, al opperde in september Jan Huynen (86) in een proefschrift dat dit ook ondergronds moet kunnen (bron).

De Amerikaanse onderzoekers claimen dat hun ‘zon in een doosje’-concept nog voordeliger is. Ze zochten een alternatief voor gesmolten zout, dat tot ruim 500 graden Celsius kan worden verhit. Hogere temperaturen betekenen dat het staal van pompen gaat corroderen. Via gesmolten metalen kwamen ze uit bij silicium, het belangrijkste element in zand en glas. Dit silicium verhitten ze tot 2400 graden Celsius. Op die temperatuur gaat silicium licht uitstralen; het gloeit witheet op. Dit licht wordt benut wordt om stroom op te wekken met PV-cellen als er een tekort is aan duurzame stroom. Bij overschotten wordt stroom benut om met hitte-elementen het silicium weer op te warmen.

De verliezen die hierbij optreden, zijn hoger dan bij batterij-opslag. Maar het systeem is bij de huidige Li-ion prijzen zes tot acht keer zo goedkoop, en als de batterijprijzen de verwachte bodem hebben bereikt, nog altijd drie keer zo goedkoop. Dat maakt de verliezen ruimschoots goed. De efficiëntie zou verder verhoogd kunnen worden als er turbines gemaakt worden die de hoge temperaturen kunnen weerstaan, zodat niet het licht in PV-cellen maar de hitte benut kan worden in generatoren. Deze turbines zijn technisch denkbaar, maar zouden investeringen van honderden miljoenen vergen. Op de korte termijn is het oogsten van de energie in het licht dus de meest haalbare route.

De tanks waarin dit silicium zit, worden gemaakt van grafiet. Dit reageert met zuurstof op zulke hoge temperaturen, maar dat proces stopt doordat er een beschermende laag wordt gevormd, ongeveer zoals aluminium nooit verder roest dan een oppervlakkig laagje. De onderzoekers testten dit in een miniatuur proefopstelling.

Tegen Techxplore.com vertelt Asegun Henry, een van de onderzoekers, dat er nog een probleem moest worden overwonnen: het bouwen van een tank die groot genoeg is om hitteverlies te voorkomen (ca. 10 meter doorsnede). Dit vereist dat verschillende delen grafiet aan elkaar moeten worden gehecht. Dat lukte met grafoil, flexibel grafiet dat bij hoge temperaturen gaat werken als lijm.

Een stad van 100.000 inwoners kan met een zo’n systeem geheel op duurzame energie draaien, claimen de onderzoekers. De prijs van opwek en opslag samen zou spoedig concurrerend kunnen zijn met fossiele energieproductie. Speciale eisen aan het landschap worden niet gesteld. In de Nederlandse situatie ligt het voor de hand om na te gaan of dezelfde installatie in de winter ook kan worden ingezet als bron voor warmtedistributie. De ‘koude’ tank, met het silicium dat verder wordt opgewarmd zodra er zon- of windenergie over is, is nog altijd 1900 graden Celsius.

De band aan boord van de Titanic

Twee alarmerende rapporten over het klimaat in één week. Het Amerikaanse congres liet onderzoek doen en een lijvig rapport stelde vast dat de aarde aan het einde van de eeuw gemiddeld vijf graden is opgewarmd. De Verenigde Naties rapporteert dat het gat tussen de gezamenlijke inspanningen van landen, en wat er nodig is om de doelen van Parijs te halen, toeneemt. Als die trend doorzet, warmt de aarde tussen de 3 en de 4 graden Celsius op.

In Vrij Nederland legt klimaatjournalist Bernice Notenboom uit dat dit de warme golfstroom waar we ons gematigde klimaat aan te danken hebben, uitschakelt. Nu al is het ijs op de Noordpool de helft van wat het was. Die halvering (een gebied zo groot als Europa veranderde  van ijs in water) hebben we te danken aan 1 graad stijging; hoeveel ijs blijft er over bij 2, 3 4 of 5 graden? Het noordpoolijs is cruciaal voor de straalstroom in de atmosfeer, die er voor zorgt dat het in Europa af en toe regent in de zomer; maar ook voor de warme golfstroom in de Oceaan. Dat die er mee ophoudt zal ons ineens duidelijk maken hoe het is om op de 52e breedtegraad te wonen: best koud. Het is tenslotte even noordelijk als Siberië en Alaska.

Het klimaatakkoord in Nederland moet daarom tot concrete afspraken en maatregelen leiden. Als het in Nederland kan, heeft dat een inspirerende en verplichtende werking op andere landen. We verdienen er genoeg voor: de kosten van de gehele energietransitie passen ruimschoots in de jaarlijkse economische groei. Technisch is er geen enkele belemmering en voorop lopen heeft op termijn altijd goede gevolgen voor de economie.

Gesteggel over wie het bonnetje op moet rapen, waar de industrie en de schatkistbewaarder aan de klimaattafel tot nu toe nog niet uitkomen, moet nu echt wel over zijn; het begint te lijken op de doorspelende band op de Titanic. Dat schip verdween naar de bodem door een ijsschots; een grote ramp maar vergeleken bij het verdwijnen van de ijsschotsen uit de poolzeeën, een minuscuul detail.

Fusieplannen Gooi nu ook officieel van de baan

Vandaag, 21 november 2018, vijf jaar nadat de provincie Noord-Holland startte met de pogingen om een einde te maken aan de zelfstandigheid van goed werkende gemeenten in het Gooi, wordt de arhi-procedure officieel gestaakt. Het was al heel lang een kansloze missie. Vooral de keuze om tot drie gemeenten te komen was een foute afslag. Het argument daarvoor was dat een grote Gooi-gemeente een brug te ver was; maar op de drie gemeenten-oplossing zat geen enkel Goois dorp te wachten. Met nauwelijks verholen weerzin laat Noord-Holland nu weten dat ze gerekend hadden op meer macht in de nieuwe beleidsregels van de minister van BZK, Kajsa Ollongren. Die verwachting kende ik en het was voor mij reden om vorige maand het landelijke congres van D66 te vragen om uit te spreken dat draagvlak wel voldoende geborgd moest zijn. Dat lukte (bijna unaniem) maar achteraf was het overbodig, want draagvlak is met het concept-beleidskader wat nu bij de VNG en de provincies ligt, meer dan uitstekend gewaarborgd.

Op dit soort momenten kun je zien dat de democratie, waar vaak op wordt gemopperd, vaak ook gewoon werkt. Minister Ollongren heeft het signaal van de kiezer, die bij de laatste verkiezingen massaal koos voor partijen die tegen fuseren waren, goed opgepikt. Het benadrukken van draagvlak past overigens bij haar visie; eerder stuurde ze de provincie Limburg al terug naar de tekentafel, nadat die Landgraaf bij Heerlen wilde vegen. Ook die fusie is definitief van de baan. Het rijk pompt 43 miljoen in regionale samenwerking tussen de Parkstad regiogemeenten, die gewoon zelfstandig kunnen doorfunctioneren.

Nu is wel het moment gekomen om grondig te kijken hoe Gooise gemeenten nog beter (en transparanter) kunnen gaan samenwerken. Ambitie genoeg: het Gooi wil de eerste klimaatneutrale regio van Nederland worden. En nieuwe uitdagingen liggen er ook, zoals de nieuwe omgevingswet die de planologie van gemeenten op de kop zet. Onlangs opperde prof. mr. dr. Douwe Jan Elzinga (ik verzamel zelf badeendjes maar voor hem waren academische titels blijkbaar de beste optie) in het blad Binnenlands bestuur een interessante gedachte: probeer de federatie van gemeenten als vorm om intensief samen te werken. Misschien dat de colleges en gemeenteraden in de Gooise gemeenten daarover binnenkort van gedachten kunnen wisselen?

Nee bedankt

Het zou best gezellig zijn: gezellig allemaal met rode zonnetjes op een gele button verzamelen in Dodewaard, net als heel vroeger demonstreren tegen de VVD met zijn kernenergie. Maar het gaat niet door: er is geen bedrijf dat een kerncentrale wil bouwen. Dat blijft zo, of de overheid moet zeggen: fijn exploitant, we betalen je een kale stroomprijs van pakweg 9 cent per kilowattuur. Dat is ruim dubbel zoveel als betaald wordt voor windmolens op land en ook flink duurder dan wind op zee. Vergeleken met een zonneveld, waarvan er deze maand weer een in gebruik wordt genomen in Eemnes, is een kerncentrale anderhalf keer duurder.

Misschien wil Klaas Dijkhoff eigenlijk zeggen: het lukt je toch niet, dat overschakelen op hernieuwbare energiebronnen. Geef het nou maar op. Maar dan heel ingewikkeld geformuleerd. Het is toch altijd leuk om de linkse deugmensen op de kast te krijgen? En z’n achterban rekent toch niks na. Die willen gewoon lekker stoken en gas geven en met rust gelaten worden. Elke verandering levert weerstand op en daar kun je electoraal best wat mee.

Maar ho. Stop. Intussen is de energietransitie een positieve businesscase. Als Nederland zijn bijdrage levert aan de klimaatdoelen en laat zien hoe dit kan, kunnen andere landen niet stil blijven zitten. Dat gaat altijd zo, zeker als de oplossingen die we kiezen toekomstvaster zijn. Zo heeft China de bouw van 104 kolencentrales doorgestreept, om in plaats daarvan 72 miljard te investeren in klimaatneutrale energievoorziening. Per jaar! Als op die manier wij en al die andere landen aan de gang gaan, en dat proces is natuurlijk allang begonnen, vermijden we veel maatschappelijke kosten. Ook in Nederland. Mensen kunnen blijven wonen waar ze wonen. Je kunt in West-Nederland erg bezorgd zijn over de noodzakelijke investering in je huis (waar je niet meer voor hoeft te betalen dan je huidige energierekening); maar wat als je het vergelijkt met een massale gedwongen verhuizing naar de Utrechtse Heuvelrug? Kijk nu al naar de acceptgiro van de waterschappen en het rioolrecht wat je aan de gemeente betaalt. De maatschappelijke kosten van niets doen zijn veel hoger dan de overschakeling op een nieuwe, toekomstvaste infrastructuur. Met de energietransitie bespaar je verschrikkelijk veel geld.

Je kunt denken: andere landen reduceren wel, want het klimaat is overal. Zo hebben landen elkaar een tijd aan zitten kijken, tot ze allemaal tegelijk naar voren stapten en zeiden: laten we wat afspreken. Dat gebeurde in Parijs. Het gezamenlijke doel is de opwarming te beperken tot maximaal 2 graden; als we dat halen zijn de gevolgen al groot, voor portemonnee en ecosystemen. Het is echt niet teveel gevraagd. Het kan ook makkelijk: het kost geld maar die kosten zijn maar een deel van de economische groei. Ik spreek veel jonge mensen die niet begrijpen dat hier überhaupt nog discussie over is. Rechtse politici vertellen eigenlijk een oude mannen-verhaal: wij hoeven hier lekker niks te veranderen want Nederland is maar een klein landje. Zo denken jongeren niet. Die denken logisch na en willen hun leven inrichten op een manier die herhaalbaar is.

Klaas Dijkhoff keek naar Arjan Lübach en dacht: daar kan ik wel wat mee. Hij nam niet de moeite om op te zoeken dat schildkierkanker door straling jaren op zich laat wachten en in Fukushima waarschijnlijk 5.000 mensen gaat treffen. Hij hield het simpel: er was maar één dode en het afval van een Nederlandse centrale paste in een verhuisdoos. Het gaat er helemaal niet om hoe groot het afval is. Het gaat erom hoe lang het duurt voor het niet meer gevaarlijk is. Maar goed. De VVD heeft zijn achterban bediend, dat is fijn voor ze. Kan logisch denkend Nederland nu weer door met het overschakelen op zon en wind, want hoeveel energiebedrijven ook gebeld werden over Dijkhoffs kerncentrale, ze zeiden allemaal: nee bedankt.

Klimaatakkoord: de politiek is nu aan zet

Het Planbureau voor de Leefomgeving kon de resultaten aan de klimaattafels niet goed doorrekenen, omdat de plannen nog te vaag zijn. Wel zijn de bereikte akkoorden goed genoeg om vast te stellen dat de ambitieuze doelen uit het regeerakkoord in technische zin haalbaar zijn. Voor een deel moet er door worden onderhandeld, maar voor een ander deel zijn de delegaties aangewezen op de landelijke politiek.

Het rapport legt trefzeker vingers op een groot aantal zere plekken. Aan de industrietafel bijvoorbeeld is men het best eens geworden over wat er moet gebeuren, maar niet over de vraag of de overheid moet meebetalen. De grote bedrijven zijn bang voor verlies aan concurrentiekracht. Dat kun je als milieu-activist nog wel wegwuiven, maar de VVD zal zeer gevoelig zijn voor dit argument. En met reden: Nederland is een exportland. Dus hoeveel legt de belastingbetaler bij en mag dit ook van Brussel? Voor de antwoorden kunnen de onderhandelaars elkaar wel blijven aankijken maar het is vooral een politieke keuze.

De geplande reductie in de gebouwde omgeving halen, is vrij specifiek en concreet uitgewerkt. Terecht waarschuwt het PBL voor een heet hangijzer: als gas duurder wordt en elektriciteit goedkoper, moet voorkomen worden dat mensen die nog op gas zijn aangewezen de energierekening niet meer kunnen betalen. Her en der gaan sinds het presenteren van het klimaatakkoord stemmen op voor een energietoeslag (per rode envelop van de belastingdienst) in plaats van de wirwar aan subsidies; lagere inkomens bescherm je op die manier tegen energie-armoede. Tegelijk moet de prikkel om over te stappen naar een gasvrij huis, wel in tact blijven. Het PBL stelt verder dat de mensen die nu nog van dure techniek gebruik maken, de weg plaveien voor anderen die na prijsdaling en innovatie beter af zijn. Opnieuw komt de regering in beeld: met welke instrumenten komt den Haag huurders en huizenbezitters tegemoet?

De tafel die zich met mobiliteit bezig hield, heeft veel maatregelen opgesomd, maar geen keuze gemaakt. Dat is ook wel begrijpelijk: het beprijzen van kilometers bijvoorbeeld is effectief, maar een collectief trauma in de politiek. Het is jammer dat er geen knopen zijn doorgehakt want dat was een kans geweest om Den Haag over de hobbel heen te helpen.

De tafel over elektriciteitsproductie heeft het goed gedaan, maar had van het PBL wel verder vooruit mogen kijken. In een sector met lange termijn investeringen is een horizon die in 2050 ligt een goede keuze.

De tafel over landbouw en landgebruik heeft erg veel kansen laten liggen. Hier wreekt zich een probleem dat PBL breder heeft aangekaart: de dwarsverbanden ontbreken. Het grootschalig telen van biomassa bijvoorbeeld voor groen gas in de energiecentrales of energie, is nergens in beeld. De landbouwtafel legt de verantwoordelijkheid bij de consument: als die een stuk minder vlees en zuivel zou eten, komt het helemaal goed met de CO2-reductie. Een waarheid als een koe, maar doe dan voorstellen over het duurder maken van dierlijke voedingsmiddelen.

Anders dan de politiek had gehoopt, ligt er geen kant en klaar pakket wat de regering alleen nog maar hoeft te vertalen in maatregelen, fiscale tarieven en wetten. De vier coalitiepartijen staan voor de uitdaging pijnlijke keuzes te maken. Ze zijn het onderling niet eens, er komen verkiezingen aan en die gaan ook over de eerste kamer.

Er zijn twee hoopgevende factoren. De eerste is dat de kosten van de transitie beperkt blijven tot 3-4 miljard euro per jaar. Dat lijkt veel, maar de economische groei is een factor vier of vijf hoger. En de andere is dat de urgentie van het vraagstuk nu echt niemand meer ontgaat. Een zeespiegelstijging tot drie meter deze eeuw is waar de wetenschap nu rekening houdt. De kosten om Nederland dan niet alleen droog te houden maar ook te beschermen tegen zoute kwel uit zee, zijn astronomisch. Wegkijken is echt geen optie meer en steeds meer mensen snappen dat er drastische keuzes nodig zijn. Hopelijk inspireert dat de Haagse politiek om niet te blijven steken in partijpolitieke spelletjes.

Blaricum en Laren kiezen voor Utrecht

Blaricum en Laren willen liever bij Utrecht horen. Dat is de verrassende strekking van de motie die deze week in beide gemeenteraden wordt aangenomen. De colleges moeten de minister een brief schrijven om deze keuze duidelijk te maken.

Een signaal dat eens te meer verraadt hoeveel weerstand de provincie Noord Holland heeft weten te mobiliseren tegen de fusie met Huizen, onderdeel van de drie-gemeenten-in-het-Gooi-tussenstap die geen enkele betrokken gemeente ziet zitten.

Een wijziging van de provinciegrens is op zichzelf niet ondenkbaar, maar er zou zoveel water door de Vecht moeten voordat dit gerealiseerd kan worden, dat tegen die tijd iedereen die nog iets ziet in de herindeling in het het Gooi, vervangen, gepensioneerd of geëmigreerd is. Noord-Holland mag dan een moeizame relatie onderhouden met de eigenwijze Gooiers, zomaar afstaan zal de provincie zeker niet doen.

Interessant is wat de gemeente Wijdemeren hiermee gaat doen. Een deel van deze fusiegemeente, die nu alweer te klein wordt bevonden, was Utrechts. Die provincie gaat ontspannen om met herindelingen: zo lang kleine gemeenten hun zaken op orde hebben, blijft Utrecht verre van een top-down benadering. En zo zou het ook in Noord-Holland moeten zijn.

De fusiepoging van Haarlem wacht intussen op het nieuwe beleidskader wat op het ministerie van BZK geschreven wordt. Het is te hopen dat daarin wel opgenomen is dat de provincie wel voor draagvlak moet zorgen, alvorens herindelingsontwerpen naar Den Haag te sturen. De HBEL-fusie wordt massaal van de hand gewezen, in Huizen en in de BEL-dorpen. Peilingen en de meest recente verkiezingen maken dat duidelijk en het bestuur ziet in meerderheid de voordelen ook niet. Scheidend CdK Remkes koos echter voor een ramkoers. Berenschot werd ingehuurd maar nadat uitlekte dat de inbreng van inwoners en bedrijven geen effect zou hebben op de besluitvorming, was de verontwaardiging groot; de klus ligt nu ergens achterin de koelkast.

Steeds minder mensen zien de herindelingsplannen van Noord-Holland nog goedkomen. In maart worden nieuwe Staten gekozen, maar kort daarop kiezen zij ook een nieuwe Eerste Kamer en de peilingen wijzen niet op een riante meerderheid voor de vier-partijencoalitie. Laren en Blaricum verzetten zich met politieke middelen én proberen de mysterieuze besluitvorming in het provinciehuis langs juridische weg in de openbaarheid te krijgen. Hilversum ziet ook al niets in een tussenstap.

Nabij bestuur in je eigen dorp, passend bij de cultuur en identiteit, wordt door de inwoners op prijs gesteld. Als Binnenlandse Zaken straks met een beleidskader komt waarin draagvlak voldoende aandacht krijgt, moet Haarlem de HBEL-fusie eindelijk eens uit het hoofd zetten. Begin oktober komt mijn partij bij elkaar op een landelijk congres; ik zal daar ook aandacht vragen voor het belang van draagvlak in het nieuwe beleidskader.

 

Wijken ‘mogen’ lastige klus zelf klaren

Aardgas heeft veel voordelen, maar een aardgasvrije woning eigenlijk nog meer. Noodgedwongen verbruikt zo’n woning veel minder energie. De binnenlucht wordt gefilterd, waardoor de lucht binnen in grote delen van Nederland binnen beter is dan de ‘frisse’ buitenlucht. Tocht en schimmelvorming zijn verleden tijd. Wie in een nieuwbouwhuis woont is niet anders gewend, maar er staan in Nederland zo’n twee miljoen rijtjeshuizen die gebouwd zijn tussen 1965 en 1985. Die zijn echt aan een opknapbeurt toe.

In de komende tien, twintig jaar zijn zij allemaal opgeknapt en van het gas af, om de simpele reden dat de aardgasnetten even oud zijn als de huizen en die netten worden niet meer vervangen. Passend in de tijdgeest is de regie van deze omschakeling neergelegd bij de gemeenten. Zij kennen hun inwoners en kunnen het gesprek met de inwoners die het aangaat, goed organiseren. Voor 2021 moeten gemeenten een transitieplan schrijven, waarin staat welke wijken snel van het aardgas afgaan en welke later. Natuurlijk moeten ze dat in goed overleg doen met de inwoners, dus dat er een paar jaar voor uitgetrokken is, lijkt geen overbodige luxe. Tenslotte is het lang geleden dat de overheid langskwam om te melden: niet alleen gaat de straat open en verzwaren we het elektriciteitsnet, maar ook bij u binnen wordt alles anders. De nieuwe Boretti of het oude trouwe fornuisje gaat er uit, op zolder komt een buffervat van een paar honderd liter en de tuin wordt kleiner vanwege de isolatie. Dat u het weet.

De voordelen wegen volgens verreweg de meeste mensen ruim op tegen de nadelen – dat blijkt uit enquêtes de renovaties die woningbouwverenigingen al uitgevoerd hebben. Maar dat zal niet kunnen voorkomen dat mensen zeggen: waar bemoeit u zich mee? Dit is mijn huis, en ik bepaal zelf wel of ik een warmtepomp aanschaf en wanneer.

Dat maakt dat veel gemeenten nogal opzien tegen deze klus, al hebben ze er hard voor gevochten om de ‘regie’ te bemachtigen. En in de Tweede Kamer is het gisteren nog ietsje ingewikkelder gemaakt: wijken krijgen het recht om een beter plan voor te stellen, als ze het niet eens zijn met de keuzes van de gemeente. Burgerinitiatieven en coöperaties mogen een beroep doen op dit ‘right to challenge’, staat in een motie van Gert-Jan Seegers, ingediend namens de coalitiepartijen. Voor het einde van het jaar moet de regering hebben bedacht hoe dit er uit gaat zien.

Gemeenten kunnen in hun planningen hier vanaf nu alvast rekening mee houden. Na alle gebruikelijke inspraak, de wettelijke beroepsprocedures die daarna komen, kost een eventueel alternatief plan dus ook nog de nodige tijd. Maar een plan wat uit de bevolking komt, heeft ook veel voordelen. Het gaat om het einddoel: stoppen met fossiele brandstof en een einde maken aan de problemen in Groningen. Als een wijk zegt: we doen mee, maar dan op onze manier, is dat wel wat vertraging waard.

Ondoorgrondelijke begroting: waarvoor zijn straks alle beukennootjes?

Zonder pers en publiek kregen de raadsleden dinsdag (op de derde van september, vast toeval) een toelichting op de begroting van Eemnes. Weinig mensen nemen de moeite om dat lijvige boekwerk door te nemen. Heel logisch, maar in feite staan er de belangrijkste keuzes in die de raad maakt: waar geeft het bestuur de binnengeharkte euro’s aan uit?

Uit deze begroting valt dat helaas niet te halen. De teksten geven geen cijfers; en de belangrijkste veranderingen haal je niet uit de staatjes met totaalcijfers. Eerlijk gezegd is de begroting nog slechter te begrijpen dan voorgaande jaren en ook toen was het niet best. Een probleem dat trouwens in de meeste gemeenten speelt; er is zoveel verplicht, dat men niet toe komt aan de ogenschijnlijk simpele klus om ook nog een begrijpelijk verhaal neer te zetten.

Bijkomend probleem: deze coalitie wil niet zoveel. Wat extra geld om onkruid weg te schoffelen, meer uitgaven aan speelvoorzieningen (in schommels en wipkippen wordt ruim vier ton gestopt de komende jaren) en omdat de BEL Combinatie in permanente staat van onzekerheid over de toekomst verkeert, moet daar ook geld bij. Sommige uitgaven zijn vrij bizar: het college wil jaarlijks 23.000 euro besteden aan een kermis, die er al minstens twee jaar niet meer staat.

De lokale belastingen stijgen met de inflatie: 2,3% per jaar. Bouwleges worden een stuk duurder; gelukkig gaat men wel kijken of verduurzaming uitgezonderd kan worden. Ook de afvalstoffenheffing gaat omhoog, er verdwijnt nog teveel in de grijze bak, en in de PMD-bak belanden veel voedselresten die er niet inhoren. Je zou denken dat er dus wordt ingezet op intensieve voorlichting, maar daarover zegt de begroting niets.

Eerder liet het college een collegeprogramma zien. Dat leek een stuk concreter en ambitieuzer dan het coalitie-akkoord. Een uitvoeringsprogramma werd daar nog aan toegevoegd, met een financiële vertaling. Toen bleek al dat er bijna nergens geld voor werd vrijgemaakt. Met als gevolg dat de ambitieuze volzinnen louter lijken te dienen om toch nog enigszins het idee te geven dat Dorpsbelang en PvdA er zijn voor de inwoners (die in deze coalitie als burgers worden aangeduid). De dialoog wordt geïntensiveerd; maar als je alleen geld hebt voor speeltoestellen en nette bloemperkjes, hoef je eigenlijk ook niet te gaan overleggen met je inwoners.

Een schrijnend voorbeeld is het geld wat bezuinigd wordt op het klimaatbeleid. De coalitie wil dat álle daken vol met zonnepanelen komen te liggen, om te voorkomen dat er een tweede zonneveld moet worden gepland. Dat kan, een keuze die zeker voordelen heeft, maar het gaat niet vanzelf. Je zal echt hard aan de slag moeten om op die manier de ambitie van de vorige raad, die steeds plechtig herhaald wordt, enigszins te kunnen benaderen. Bovendien verlangt het rijk dat er in 2021 een plan klaarligt hoe Eemnes van het gas af gaat. Ook dat vereist veel werk, want zonder uitgebreide dialoog met je inwoners koers je op een mislukking af. En wat doet deze coalitie? Ze bezuinigen op de klimaatcoördinator.  Het goede nieuws is dat ook Dorpsbelang dit een vreemde ontwikkeling vindt. Hopelijk wordt deze uitglijder dan ook bij de behandeling van de begroting in november rechtgezet.

De portefeuillehouder financiën verstopt intussen overal beukennootjes. Geld dat allang verdiend is met de Zuidpolder, blijft daar volkomen onnodig in zitten. Ook in de reserve kapitaallasten wordt gespaard: 1,2 miljoen, zodat er altijd geld is als er ineens een idee opkomt. Het probleem daarmee is dat je een heldere discussie waar je het belastinggeld aan wil besteden, uit de weg gaat. Je kunt ook de woonlasten laag houden, of investeren in snelfietsroutes, meer aan handhaving doen of subsidie geven aan particulieren die nu al van het gas willen. Lokale politiek is interessant als er gekozen moet worden in lastige dilemma’s. Door overal geld te verstoppen zodat je het tevoorschijn kunt toveren als iemand ineens iets grappigs wil, neem je de democratie niet serieus.

De nieuwe coalitie heeft te weinig visie en te weinig ideeën, waardoor de portefeuillehouder financiën (burgermeester Roland van Benthem) plotseling veel macht krijgt. Een ongewenste ontwikkeling, niet omdat hij fouten maakt of heel erg verkeerd kiest, maar omdat in een democratie het maken van dit soort keuzes in de raadszaal thuishoort; liefst met veel mensen op de tribune en de pers erbij. Als deze coalitie niet zoveel wil, is dat prima; ze hebben een meerderheid en blijkbaar is de meerderheid tevreden met de boel een beetje aanharken. Maar verhoog dan niet ongeveer alle belastingen en leges, om vervolgens vooral beukennootjes te begraven en alleen achter gesloten deuren te vertellen wat je er mee wil.

Komend voorjaar krijgt het college een herkansing, als de kadernota voorgelegd wordt. Dat is een kort, leesbaar verhaal waarin de keuzes expliciet worden. Tenminste, zo was het de afgelopen jaren, dus dit college moet dat ook kunnen. Of je het er dan mee eens bent is een tweede, maar dan lezen we tenminste wat deze coalitie wil en niet wil.

Maar eerst debatteert de raad over de begroting 2019, in november. We zullen als D66 alle zaken die niet leesbaar in de begroting staan, maar waar volgens de slides wel voor gekozen wordt, alsnog bij naam noemen. En bij al die keuzes zullen we ons hardop vragen: waarom bezuinig je op ambtelijke capaciteit voor klimaatbeleid, als je wel geld uittrekt voor ongetwijfeld populaire, maar ook wel enigszins truttige prioriteiten als hondentoiletjes en speeltoestellen? Een dorp als Eemnes moet laten zien dat het serieus mee kan doen in de regio, anders verdien je je zelfstandigheid ook niet. Misschien dacht de fractievoorzitter van Dorpsbelang daar dinsdagavond aan toen hij zei dat je in deze tijd niet kan bezuinigen op klimaatbeleid.

Niels Rood

There’s no such thing as a free energietransitie

In het Financiële Dagblad van 6 augustus slaan drie grote netwerkbedrijven alarm: Na 2030 staan ze voor investeringen die met de huidige tariefstructuur niet op te hoesten zijn. Verstandig genoeg beginnen ze nu al een discussie over de transporttarieven; ze weten dat het in de politiek soms lang kan duren voordat onvermijdelijke conclusies hardop getrokken worden.

Energietransitie kost geld, maar we kunnen het betalen
In de hele discussie over de kosten van de energietransitie staat een olifant in de kamer en om het animo niet teveel te temperen wordt deze te vaak genegeerd: de energietransitie kost de huishoudens geld. Het goede nieuws is dat die extra kosten ruim vallen binnen de verwachte groei van de welvaart. Met andere woorden, mochten we de vraag hebben ‘wat zullen we eens doen met het extra geld dat we gaan verdienen?’, is het antwoord: we gebruiken een deel om kolen te vervangen door wind en zon en het gasnet in te ruilen voor een verzwaard elektriciteitsnetwerk.

Het is goed om daar duidelijk over te zijn. Alleen al voor het netwerk gaat het om tientallen miljarden, dus duizenden euro’s per woning. Dat komt bovenop de investeringen die nodig zijn om bestaande woningen geschikt te maken voor de nieuwe infrastructuur. Daarbij gaat het al snel over tienduizenden euro’s. Toch klinkt dat allemaal ernstiger dan het is; zelfs een halve ton voor een huis is, tegen een lage rente gefinancierd, op te hoesten binnen het bedrag van de huidige gemiddelde energierekening.

Overheid moet de betaalbaarheid van de transitie voor iedereen waarborgen
Die energierekening bestaat voor een groot deel uit belasting en netwerkkosten. De kale stroomprijs is maar een cent of vier per kilowatt uur, terwijl de optelsom doorloopt naar twintig. Dat betekent dat de overheid een grote verantwoordelijkheid heeft om de betaalbaarheid van de transitie voor alle inkomensgroepen te waarborgen. Het belastingstelsel is in Nederland progressief ingericht; de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Echter, energiebelasting en gemeentelijke heffingen zijn voor iedereen hetzelfde.

Het Klimaatakkoord geeft tot nu toe alleen duidelijkheid over dat gas duurder wordt en stroom goedkoper. Maar hoe voorkomen we dat alleen huishoudens met financiële mogelijkheden om te renoveren, profiteren van deze ‘schuif’? Hoe voorkomen we dat netbeheerders verouderde gasnetten moeten blijven onderhouden, waardoor de kosten onnodig oplopen, terwijl de kapitaallasten voor de netverzwaring daar nog bijkomen? Over deze onderwerpen wordt veel te weinig gesproken, uit angst bewoners kopschuw te maken.

Tijd voor een goed gesprek
De inkomensplaatjes en de energietransitie; het wordt hoog tijd dat daarover een volwassen gesprek gevoerd wordt. Ja, het kost geld; ja, we kunnen dat betalen; en nee, het mag geen feestje voor tweeverdieners worden. Want dat betekent dat de consument die niet kan lenen, op duur gas blijft zitten en steeds hogere netwerktarieven voor zijn of haar kiezen krijgt.

Erik Wiebes gaat over het klimaat en weet vanuit zijn vorige baan alles over belastingen. Als hij in de komende maanden met een duidelijk verhaal komt over hoe we de energietransitie betalen, wordt voorkomen dat er een donkere wolk blijft hangen boven de mensen die het aangaat: de inwoners in al die wijken die de komende jaren van het gas af gaan. Het alternatief is dat de discussie wordt gekaapt door klimaatontkenners en politici die graag op angst inspelen.

Blokkades of Boom…

Boom festival in Portugal is voor veel mensen een psytrance, Goa-style dansfeest dat een dag of zeven duurt. Maar er zijn ook conferenties, key note sprekers en workshops over transformatie, naast alle culturele activiteiten. Niet gehinderd door de bassen van een paar honderd meter verderop, namen ik en zo’n honderd anderen uit alle windstreken, deel aan een interactieve sessie met Rita Venturini. Haar kernboodschap was: de toekomst geef je vorm door in het heden los te maken wat vast zit. Elke hindernis die lang niet genomen is in haar ogen een blokkade. Hoe is anders te verklaren dat we oorlogen hebben terwijl iedereen vrede wil, honger terwijl iedereen voorspoed nastreeft en dierenleed terwijl iedereen van dieren houdt?

Opvallend in haar betoog was dat elke beweging vanuit die blokkade, een verbetering inhoudt. Als deelnemers konden we dat zelf ervaren door op zoek te gaan naar een blokkade die je dwars zat en die lichamelijk te symboliseren; om die daarna met behulp van anderen nog wat sterker te maken en tenslotte die anderen toe te staan je in een andere lichaamshouding neer te zetten. Wat niet noodzakelijk een betere houding was, maar wel anders en dus een einde aan de zelfgekozen blokkade (tenminste, de lichamelijke versie daarvan).

Dit soort workshops zijn altijd licht ongemakkelijk. Maar je gaat ook niet naar een festival in deze categorie om vervolgens een week in je comfort zone te blijven. En het is waar: door het veranderen van je houding, door drie anderen, ervaar je ‘aan den lijve’ hoe makkelijk het eigenlijk is om uit vastzittende situaties te komen.

Dit was de eerste dag na de openingsavond en het was negen uur ’s ochtends. Je doet een ‘rare’ oefening; maar niemand had ook maar enig oordeel over een ander. Dat is kenmerkend voor Boom: iedereen bejegent elkaar positief. Zelfs de ambtenaren die de papieren kwamen controleren van een standje waar ik een trui kocht (Boom is landinwaarts aan een meer gesitueerd, het koelt ’s avonds veel harder af dan in Nederland) bleken aangestoken door de positieve vibe. De papierwinkel klopte maar ik had het gevoel dat ze anders ook hadden gedacht: we gaan dit feestje niet bederven, ook niet voor deze standhouder.

Veertigduizend mensen uit 141 landen, die allemaal hun best doen voor een schoon terrein, beperkt watergebruik, die nergens wildplassen, zich aan niets of niemand ergeren en in grote getalen helpen met wat er te doen is. Het is natuurlijk in de eerste plaats een leuke happening, maar je kunt er ook naar kijken als een sociaal experiment. Je wordt voortdurend gevraagd om je verantwoordelijk op te stellen, maar na de toegangscontrole is er alleen maar vertrouwen dat je bijdraagt aan de herhaalbaarheid van het festival. Als je met zoveel mensen een week lang in een swingend soort harmonie samen kunt zijn met al die nationaliteiten, kan dat dan ook niet in een stad of dorp? Wat als we elkaar in een middelgrote stad in Nederland zouden vertrouwen, geen oordeel meer hebben over onszelf en over de anderen, niet langer bang zijn minder te krijgen of bemachtigen dan een ander, als we rekening zouden houden met elkaar, met de planeet en met de herhaalbaarheid van de manier waarop we genieten?

Tussen die gedroomde werkelijkheid en de gemiddelde binnenpagina van de grootste krant van Nederland, zit nog wel wat verschil. Dat is te bekijken als een enorme stapel blokkades. Die blokkades opheffen is niet zo ingewikkeld, als je je laat helpen door anderen en zelf anderen helpt. Dat pikte ik vooral op uit die workshop. Het zijn een heleboel kleine doorbraakjes, bewegingen in zaken die vastgeroest lijken, maar met wat hulp zo kunnen veranderen in iets nieuws. Het hoeft allemaal niet in een grote klap. Boom op zichzelf veroorzaakte al een hele serie doorbraken in levens van mensen. Jij en ik hebben ook de hele dag kansen om te helpen of hulp van anderen toe te laten. In beweging komen is het enige wat nodig is om een bijdrage te leveren aan de verandering van een vastzittende situatie naar iets nieuws. En intussen kunnen we beter niet vergeten plezier te maken met elkaar.